maandag 4 juli 2016

Weer terug in de BvK


Vandaag verlieten we Seaport Marina naar de sluis van IJmuiden, die vanwege renovatie pas om 9:30 uur zou draaien. Met een aantal Engels zeiljachten werden we geschut naar het Noorzeekanaal. Het was mooi zonnig weer met weinig wind. Op het Noordzeekanaal werden we tweemaal opgeroepen via de marifoon door de verkeersdienst Noordzeekanaal om ons te waarschuwen voor het vrachtverkeer, dat uit de zijhavens kwam. Het was ook wel erg druk op het Noordzeekanaal. En het voordeel van een AIS-transponder is wel dat de recreatievaart in de communicatie van het professionele scheepsverkeer betrokken wordt en dit de veiligheid verhoogt. Bij de Maasmond was dit ook al het geval. Nadat we door de Oranjesluizen waren geschut en de Schellingwoudebrug hadden gepasseerd, voeren we weer op het Markermeer en meerden we om 14:30 uur af in onze thuishaven de Blocq van Kuffeler. Wij hebben een uitzonderlijk mooie vakantie gehad. Alleen al dat we ons einddoel de Isles Of Scilly hebben bereikt en daar ook nog acht dagen konden vertoeven. Zelfs veel Engelsen zijn er nog nooit geweest of na de zoveelste poging zelfs niet meer dan een paar dagen, want dan moesten ze weer terug vanwege slecht weer. We vertrokken uit Nederland met matig weer dat steeds beter werd. Aangekomen bij de Isles of Scilly zaten we voor een week in een fraai hogedrukgebied. Op de terugweg werd het beduidend slechter, vooral wat de regen betreft. En op het laatst in Belgie en Nederland ook veel wind. Ondanks het minder goede weer in de tweede helft van onze vakantie, hebben we ons ook op de terugweg uitstekend vermaakt zoals de verrassende Trebah Garden aan de Helford River, maar ook de fraaie wandeling in Salcombe. Al met al is het weer intensieve en geslaagde vakantie geweest, want we hadden van te voren onze bedenkingen vanwege twee eerdere mislukte pogingen om de Scilly eilanden te bereiken in 2007 en 2008. Op de heenreis hebben voornamelijk gemotord, vanwege te weinig wind. Terug hadden we meestal genoeg wind mee en konden we meestal zeilen. Vrij internet is slecht geregeld in Engeland. Of betalend of het werkte niet tot matig. Dat is in Scandinavië een stuk beter. De tarieven per nacht voor een ligplaats aan een steiger zijn aan de Engelse zuidkust vrij hoog. Wij betaalden hiervoor ₤ 35 tot ₤ 45 (€ 47 - € 60) en aan een ankerboei ₤ 25 (€ 33). In Nederland liggen deze tarieven bijna op de helft ervan en in Scandinavië op een derde. Een devaluatie van de pond vanwege Brexit zou alleen maar ten goede komen. We hebben 1225 Nm en 203 uur gevaren, waarvan 108 uren op de motor, vanwege te weinig of tegenwind en de rest gezeild. We hebben slechts drie dagen verwaaid gelegen, waarvan één in Zeebruge op de heenreis en twee in Hellevoetsluis op de terugreis. Dertien forse regendagen maar daarbuiten hebben we veel zon gehad. Maar we kijken alweer naar het volgend jaar, dan wordt het weer een zeiltocht waarschijnlijk naar Gotland en/of Stockholm in Zweden.

zondag 3 juli 2016

Zonnige zeiltocht naar IJmuiden


Vandaag zouden we weer terug naar IJmuiden gaan. Onze laatste zeetocht van deze vakantie. Vanuit Hellevoetsluis een afstand van 54 Nm. Om tien voor acht verlieten we de Marina Hellevoetsluis en moesten nog 5 minuten wachten voor de brug, die om acht uur openging. Na de brug te hebben gepasseerd voeren we op de motor richting de Goereese Sluis bij Stellendam. Een halve mijl voor ons voer ook een zeiljacht in dezelfde richting. Toen het zeiljacht de haveningang invoer en de Goereese Sluis opriep om geschut te worden, kwamen wij ook maar meteen in actie om deze sluisschutting niet te missen. Na onze oproep konden we mee en raakten we in de sluis met de opvarenden van het Belgisch zeiljacht, een Hallberg Rassy 35 genaamd Jana, in gesprek. De opvarenden, een Belgisch echtpaar was voor de eerste keer op weg naar de Oostzee. Als zelfstandige nooit tijd gehad, maar nu met pensioen konden ze eindelijk langere zeiltochten maken. Om half twaalf kwamen wij bij de geul van de Maasmond aan, waar we via de marifoon werden opgeroepen door Sector Maasmond. Er kwam net een containerschip binnen, die min of meer met ons op ramkoers lag. Het containerschip meldde aan Sector Maasmond dat we wel voor hen langs konden gaan als wij de vaart erin hielden en zij een paar graden naar de zuid zouden geven, waarop Sector Maasmond weer met ons contact opnam met het verzoek om onze snelheid te verhogen. We bevestigden dat we op onze AIS al hadden gezien dat we met het bijzetten van de motor er net voor langs konden oversteken. Om kwart voor twee zeilden we door de rede bij Scheveningen, waar zeven vrachtschepen voor anker lagen. We kwamen vlak langs de tanker, Coran Anthelia, waar een bemanningslid op de brug enthousiast naar ons zwaaide en wij natuurlijk hartelijk terugzwaaiden. Om vier uur zeilden we de havenhoofden van IJmuiden in waar een vreemde knobbelige zee stond en meerden we om kwart over vier af in de Seaport Marina. Het was een mooie laatste zeetocht. De hele dag zon en een WZW4-5. Met de stroom mee zeilden we ruim negen knopen over de grond. Ter afsluiting brachten we een bezoek aan het Chinees Specialiteiten Restaurant Chi Ling aan de haven voor een heerlijk Ti-pan gerecht.

zaterdag 2 juli 2016

Bezichtiging Fort Haerlem en Molen De Hoop


Vandaag weer een stormwaarschuwing ZW7, zodat we nog maar een dagje bleven liggen in de Marina Hellevoetsluis. Het was niet erg druk met passanten vanwege het slechte weer. De havenmeester klaagde er ook al over. Nadat we eerst weer de nodige boodschappen hadden gedaan en onze bijboot hadden afgespoeld en opgeborgen, bezochten we Fort Haerlem, waar we door een vrijwilliger een historische voorlichting kregen. De vesting Hellevoetsluis is in het begin van de 17e eeuw aangelegd om de oorlogs- en handelshaven te versterken. Hellevoetsluis was in die tijd een marinebasis, waar Piet Hein ooit zijn buitgemaakte zilvervloot aan wal bracht. Aan die tijd herinneren nog gebouwen als het Tromphuys, affuitenloods, het kruythuys en het Ruyterhuys, vernoemd naar Michiel de Ruyter. Tot in de 19e eeuw bleef de sterke positie als Marinebasis gehandhaafd, mede vanwege het rond 1830 gegraven Kanaal door Voorne en er een levendige handel en doorvaart naar Rotterdam was. Nadat de Nieuwe Waterweg het nutteloos had gemaakt zette het verval in, wat nog versterkt werd toen in de jaren '30 de marinehaven naar Den Helder werd verplaatst en later tijdens de Tweede Wereldoorlog de Duitsers een deel van de stad sloopten om een beter schootsveld te krijgen ter bescherming van de alhier gestationeerde U-boten. Tot de jaren '60 bleef de marine in de stad aanwezig met een mijnenveegdienst. Er is later nog een mijnenvegerschip vernoemd naar de stad: de Hr. Ms. Hellevoetsluis. Na deze historische informatie maakten we een wandeling over de wallen van de vesting. Weer terug in het centrum kwamen we langs de molen De Hoop, die opengesteld was voor het publiek. Ook hier werden we verwelkomd door de huidige molenaar, die met zijn partner de molen deels bewoont en kregen we wederom een rondleiding met historische toelichting. In 1697, stond er een houten standerdmolen op de plaats waar nu het droogdok van Jan Blanken is gevestigd. Deze molen moest aan het eind van de 18e eeuw plaats maken voor het droogdok. De nu huidige stenen stellingmolen “De Hoop” werd in 1801 gebouwd. Beneden konden de meelwagens onder het luiwerk rijden, om te worden geladen of gelost. Bij de restauratie van 1962-1961 is deze doorrit in ere hersteld. Hierna, tot de restauratie van 1992-1993 hebben een architectenbureau, een edelsmid en diverse kunstenaars de molen gebruikt. Na al deze historische indrukken wandelden we nog naar het havenhoofd waar een fraaie witte vuurtoren staat. Het weer was goed vergeleken met de afgelopen dagen. Er stond wel veel wind, maar de zon scheen praktisch de hele dag. Morgen zou de wind afnemen naar ZW4-5 en gaan we naar IJmuiden en is onze vakantie feitelijk ten einde.


vrijdag 1 juli 2016

Bezoek Droogdok Jan Blanken, Hr. Ms. Buffel en lichtschip Noordhinder


Vandaag gaf de Nederlandse Kustwacht buiten op zee een ZW7 af. Dat klopte inderdaad met de voorspelling van de gribfiles. Een mooie dag om Hellevoetsluis te bekijken, want daar waren we al meer dan twintig jaar niet met onze boot geweest. Na betaling bij de havenmeester maakten we een wandeling langs de haven en kwamen bij het Droogdok Jan Blanken, dat tussen 1798 en 1822 onder leiding van Jan Blanken is gebouwd. Het is het oudste bewaard gebleven dok in Nederland en het is door zijn opbouw uniek in zijn soort. Het dok bestaat uit twee delen: een deel waarin schepen voor onderhoud worden gevaren en een deel waar nieuwe schepen in gebouwd konden worden. Het laatstgenoemde gedeelte is van het eerstgenoemde gescheiden door twee waterdichte deuren. Het eerstgenoemde staat door middel van een “schipdeur” in verbinding met de haven. Om schepen in en uit het dok te kunnen varen, laat men het dok eerst vollopen, waarna de met water gevulde “schipdeur” wordt leeggepompt zodat deze gaat drijven. De “schipdeur” was een franse uitvinding en nog te zien in Cherbourg. De wanden van het dok zijn niet recht, maar als een amfitheater trapsgewijs opgebouwd. Op deze manier kunnen alle delen van de kiel van het schip gemakkelijk worden bereikt. Hellevoetsluis was vroeger een marinehaven. De marine had voor de bouw en het onderhoud van schepen behoefte aan een dok. Jan Blanken ontwierp dit dok en maakte daarbij gebruik van nieuwe technieken. Zo werd voor het leegpompen van het dok van een stoommachine gebruik gemaakt, Daarna bezochten we de Hr. Ms. Buffel, een Nederlands Pantserschip dat in Glasgow werd gebouwd en in 1868 in dienst werd genomen. Na een rustige carrière als pantserschip werd de Buffel omgebouwd, vanaf 1896 deed het schip dienst als logementschip. Tijdens WO-2 werd de Buffel door de Duitse bezetter naar Amsterdam versleept. Daarna verhuisde de Buffel naar Rotterdam om uiteindelijk weer in Hellevoetsluis terug te keren. Vervolgens bekeken we het lichtschip 12 Noordhinder dat achter de Buffel lag en ook als museum was ingericht. Het Lichtschip 12 Noord Hinder werd in 1963 op een scheepswerf in Zaltbommel gebouwd en heeft tot 1994 op diverse locaties dienst gedaan als herkenningspunt op de Noordzee. De laatste positie van het lichtschip was in de nabijheid van de gevaarlijke Belgische banken voor de Zeeuwse kust. In 1994 werd het lichtschip overbodig door de moderne navigatiemiddelen aan boord van zeeschepen. Op 21 maart 1994 werd de Noord Hinder als laatste Nederlandse lichtschip definitief van zee gehaald en vervangen door een lichtboei. We werden door een enthousiaste vrijwilliger onthaald, die ons een zeer informatieve rondleiding gaf. Het lichtschip leek veel op het lichtschip de Elbe 1, die we in Cuxhaven al een keer hadden bezocht. Na al deze fraaie indrukken liepen we nog langs de haven en de oude stad terug naar onze boot, waar het niet lang daarna weer begon te regenen.