maandag 4 juli 2016

Weer terug in de BvK


Vandaag verlieten we Seaport Marina naar de sluis van IJmuiden, die vanwege renovatie pas om 9:30 uur zou draaien. Met een aantal Engels zeiljachten werden we geschut naar het Noorzeekanaal. Het was mooi zonnig weer met weinig wind. Op het Noordzeekanaal werden we tweemaal opgeroepen via de marifoon door de verkeersdienst Noordzeekanaal om ons te waarschuwen voor het vrachtverkeer, dat uit de zijhavens kwam. Het was ook wel erg druk op het Noordzeekanaal. En het voordeel van een AIS-transponder is wel dat de recreatievaart in de communicatie van het professionele scheepsverkeer betrokken wordt en dit de veiligheid verhoogt. Bij de Maasmond was dit ook al het geval. Nadat we door de Oranjesluizen waren geschut en de Schellingwoudebrug hadden gepasseerd, voeren we weer op het Markermeer en meerden we om 14:30 uur af in onze thuishaven de Blocq van Kuffeler. Wij hebben een uitzonderlijk mooie vakantie gehad. Alleen al dat we ons einddoel de Isles Of Scilly hebben bereikt en daar ook nog acht dagen konden vertoeven. Zelfs veel Engelsen zijn er nog nooit geweest of na de zoveelste poging zelfs niet meer dan een paar dagen, want dan moesten ze weer terug vanwege slecht weer. We vertrokken uit Nederland met matig weer dat steeds beter werd. Aangekomen bij de Isles of Scilly zaten we voor een week in een fraai hogedrukgebied. Op de terugweg werd het beduidend slechter, vooral wat de regen betreft. En op het laatst in Belgie en Nederland ook veel wind. Ondanks het minder goede weer in de tweede helft van onze vakantie, hebben we ons ook op de terugweg uitstekend vermaakt zoals de verrassende Trebah Garden aan de Helford River, maar ook de fraaie wandeling in Salcombe. Al met al is het weer intensieve en geslaagde vakantie geweest, want we hadden van te voren onze bedenkingen vanwege twee eerdere mislukte pogingen om de Scilly eilanden te bereiken in 2007 en 2008. Op de heenreis hebben voornamelijk gemotord, vanwege te weinig wind. Terug hadden we meestal genoeg wind mee en konden we meestal zeilen. Vrij internet is slecht geregeld in Engeland. Of betalend of het werkte niet tot matig. Dat is in Scandinavië een stuk beter. De tarieven per nacht voor een ligplaats aan een steiger zijn aan de Engelse zuidkust vrij hoog. Wij betaalden hiervoor ₤ 35 tot ₤ 45 (€ 47 - € 60) en aan een ankerboei ₤ 25 (€ 33). In Nederland liggen deze tarieven bijna op de helft ervan en in Scandinavië op een derde. Een devaluatie van de pond vanwege Brexit zou alleen maar ten goede komen. We hebben 1225 Nm en 203 uur gevaren, waarvan 108 uren op de motor, vanwege te weinig of tegenwind en de rest gezeild. We hebben slechts drie dagen verwaaid gelegen, waarvan één in Zeebruge op de heenreis en twee in Hellevoetsluis op de terugreis. Dertien forse regendagen maar daarbuiten hebben we veel zon gehad. Maar we kijken alweer naar het volgend jaar, dan wordt het weer een zeiltocht waarschijnlijk naar Gotland en/of Stockholm in Zweden.

zondag 3 juli 2016

Zonnige zeiltocht naar IJmuiden


Vandaag zouden we weer terug naar IJmuiden gaan. Onze laatste zeetocht van deze vakantie. Vanuit Hellevoetsluis een afstand van 54 Nm. Om tien voor acht verlieten we de Marina Hellevoetsluis en moesten nog 5 minuten wachten voor de brug, die om acht uur openging. Na de brug te hebben gepasseerd voeren we op de motor richting de Goereese Sluis bij Stellendam. Een halve mijl voor ons voer ook een zeiljacht in dezelfde richting. Toen het zeiljacht de haveningang invoer en de Goereese Sluis opriep om geschut te worden, kwamen wij ook maar meteen in actie om deze sluisschutting niet te missen. Na onze oproep konden we mee en raakten we in de sluis met de opvarenden van het Belgisch zeiljacht, een Hallberg Rassy 35 genaamd Jana, in gesprek. De opvarenden, een Belgisch echtpaar was voor de eerste keer op weg naar de Oostzee. Als zelfstandige nooit tijd gehad, maar nu met pensioen konden ze eindelijk langere zeiltochten maken. Om half twaalf kwamen wij bij de geul van de Maasmond aan, waar we via de marifoon werden opgeroepen door Sector Maasmond. Er kwam net een containerschip binnen, die min of meer met ons op ramkoers lag. Het containerschip meldde aan Sector Maasmond dat we wel voor hen langs konden gaan als wij de vaart erin hielden en zij een paar graden naar de zuid zouden geven, waarop Sector Maasmond weer met ons contact opnam met het verzoek om onze snelheid te verhogen. We bevestigden dat we op onze AIS al hadden gezien dat we met het bijzetten van de motor er net voor langs konden oversteken. Om kwart voor twee zeilden we door de rede bij Scheveningen, waar zeven vrachtschepen voor anker lagen. We kwamen vlak langs de tanker, Coran Anthelia, waar een bemanningslid op de brug enthousiast naar ons zwaaide en wij natuurlijk hartelijk terugzwaaiden. Om vier uur zeilden we de havenhoofden van IJmuiden in waar een vreemde knobbelige zee stond en meerden we om kwart over vier af in de Seaport Marina. Het was een mooie laatste zeetocht. De hele dag zon en een WZW4-5. Met de stroom mee zeilden we ruim negen knopen over de grond. Ter afsluiting brachten we een bezoek aan het Chinees Specialiteiten Restaurant Chi Ling aan de haven voor een heerlijk Ti-pan gerecht.

zaterdag 2 juli 2016

Bezichtiging Fort Haerlem en Molen De Hoop


Vandaag weer een stormwaarschuwing ZW7, zodat we nog maar een dagje bleven liggen in de Marina Hellevoetsluis. Het was niet erg druk met passanten vanwege het slechte weer. De havenmeester klaagde er ook al over. Nadat we eerst weer de nodige boodschappen hadden gedaan en onze bijboot hadden afgespoeld en opgeborgen, bezochten we Fort Haerlem, waar we door een vrijwilliger een historische voorlichting kregen. De vesting Hellevoetsluis is in het begin van de 17e eeuw aangelegd om de oorlogs- en handelshaven te versterken. Hellevoetsluis was in die tijd een marinebasis, waar Piet Hein ooit zijn buitgemaakte zilvervloot aan wal bracht. Aan die tijd herinneren nog gebouwen als het Tromphuys, affuitenloods, het kruythuys en het Ruyterhuys, vernoemd naar Michiel de Ruyter. Tot in de 19e eeuw bleef de sterke positie als Marinebasis gehandhaafd, mede vanwege het rond 1830 gegraven Kanaal door Voorne en er een levendige handel en doorvaart naar Rotterdam was. Nadat de Nieuwe Waterweg het nutteloos had gemaakt zette het verval in, wat nog versterkt werd toen in de jaren '30 de marinehaven naar Den Helder werd verplaatst en later tijdens de Tweede Wereldoorlog de Duitsers een deel van de stad sloopten om een beter schootsveld te krijgen ter bescherming van de alhier gestationeerde U-boten. Tot de jaren '60 bleef de marine in de stad aanwezig met een mijnenveegdienst. Er is later nog een mijnenvegerschip vernoemd naar de stad: de Hr. Ms. Hellevoetsluis. Na deze historische informatie maakten we een wandeling over de wallen van de vesting. Weer terug in het centrum kwamen we langs de molen De Hoop, die opengesteld was voor het publiek. Ook hier werden we verwelkomd door de huidige molenaar, die met zijn partner de molen deels bewoont en kregen we wederom een rondleiding met historische toelichting. In 1697, stond er een houten standerdmolen op de plaats waar nu het droogdok van Jan Blanken is gevestigd. Deze molen moest aan het eind van de 18e eeuw plaats maken voor het droogdok. De nu huidige stenen stellingmolen “De Hoop” werd in 1801 gebouwd. Beneden konden de meelwagens onder het luiwerk rijden, om te worden geladen of gelost. Bij de restauratie van 1962-1961 is deze doorrit in ere hersteld. Hierna, tot de restauratie van 1992-1993 hebben een architectenbureau, een edelsmid en diverse kunstenaars de molen gebruikt. Na al deze historische indrukken wandelden we nog naar het havenhoofd waar een fraaie witte vuurtoren staat. Het weer was goed vergeleken met de afgelopen dagen. Er stond wel veel wind, maar de zon scheen praktisch de hele dag. Morgen zou de wind afnemen naar ZW4-5 en gaan we naar IJmuiden en is onze vakantie feitelijk ten einde.


vrijdag 1 juli 2016

Bezoek Droogdok Jan Blanken, Hr. Ms. Buffel en lichtschip Noordhinder


Vandaag gaf de Nederlandse Kustwacht buiten op zee een ZW7 af. Dat klopte inderdaad met de voorspelling van de gribfiles. Een mooie dag om Hellevoetsluis te bekijken, want daar waren we al meer dan twintig jaar niet met onze boot geweest. Na betaling bij de havenmeester maakten we een wandeling langs de haven en kwamen bij het Droogdok Jan Blanken, dat tussen 1798 en 1822 onder leiding van Jan Blanken is gebouwd. Het is het oudste bewaard gebleven dok in Nederland en het is door zijn opbouw uniek in zijn soort. Het dok bestaat uit twee delen: een deel waarin schepen voor onderhoud worden gevaren en een deel waar nieuwe schepen in gebouwd konden worden. Het laatstgenoemde gedeelte is van het eerstgenoemde gescheiden door twee waterdichte deuren. Het eerstgenoemde staat door middel van een “schipdeur” in verbinding met de haven. Om schepen in en uit het dok te kunnen varen, laat men het dok eerst vollopen, waarna de met water gevulde “schipdeur” wordt leeggepompt zodat deze gaat drijven. De “schipdeur” was een franse uitvinding en nog te zien in Cherbourg. De wanden van het dok zijn niet recht, maar als een amfitheater trapsgewijs opgebouwd. Op deze manier kunnen alle delen van de kiel van het schip gemakkelijk worden bereikt. Hellevoetsluis was vroeger een marinehaven. De marine had voor de bouw en het onderhoud van schepen behoefte aan een dok. Jan Blanken ontwierp dit dok en maakte daarbij gebruik van nieuwe technieken. Zo werd voor het leegpompen van het dok van een stoommachine gebruik gemaakt, Daarna bezochten we de Hr. Ms. Buffel, een Nederlands Pantserschip dat in Glasgow werd gebouwd en in 1868 in dienst werd genomen. Na een rustige carrière als pantserschip werd de Buffel omgebouwd, vanaf 1896 deed het schip dienst als logementschip. Tijdens WO-2 werd de Buffel door de Duitse bezetter naar Amsterdam versleept. Daarna verhuisde de Buffel naar Rotterdam om uiteindelijk weer in Hellevoetsluis terug te keren. Vervolgens bekeken we het lichtschip 12 Noordhinder dat achter de Buffel lag en ook als museum was ingericht. Het Lichtschip 12 Noord Hinder werd in 1963 op een scheepswerf in Zaltbommel gebouwd en heeft tot 1994 op diverse locaties dienst gedaan als herkenningspunt op de Noordzee. De laatste positie van het lichtschip was in de nabijheid van de gevaarlijke Belgische banken voor de Zeeuwse kust. In 1994 werd het lichtschip overbodig door de moderne navigatiemiddelen aan boord van zeeschepen. Op 21 maart 1994 werd de Noord Hinder als laatste Nederlandse lichtschip definitief van zee gehaald en vervangen door een lichtboei. We werden door een enthousiaste vrijwilliger onthaald, die ons een zeer informatieve rondleiding gaf. Het lichtschip leek veel op het lichtschip de Elbe 1, die we in Cuxhaven al een keer hadden bezocht. Na al deze fraaie indrukken liepen we nog langs de haven en de oude stad terug naar onze boot, waar het niet lang daarna weer begon te regenen.

donderdag 30 juni 2016

Bizarre natte tocht naar Hellevoetsluis


Vanochtend vertrokken we om kwart over acht uit de jachthaven van Breskens. De weersvoorspelling was ZW4-5, later ZW5-6 en veel regen. We besloten toch maar te gaan, want morgen en overmorgen zou er nog meer wind staan. Volgens de gribfiles een ZW7. Met één rif in het grootzeil en genua staken we de drukke Westerschelde over, waar we tussen diverse vrachtschepen door naar de overkant zeilden. Al snel begon het weer te regenen. Langs Walcheren werden we ingehaald door de Kustwacht en een Pilot. Tegemoet kwamen een paar vrachtschepen. Nadat we de meest westelijke punt van Walcheren hadden gerond zeilden we meer naar buiten om de Roompot heen. We hadden inmiddels de stroom mee en de wind was inmiddels aangetrokken tot ZW6. Met soms 9 knopen op het log zeilden we richting de aanloop naar Stellendam. Toen we daar om drie uur aankwamen kregen we diverse langdurige hoosbuien over ons heen en wel zodanig dat het zicht beperkt werd tot een paar honderd meter. Het water kletterde in stralen van de zeilen af en ook de gangboorden stonden blank. Ondanks onze kwalitatieve Mustopakken voelden we ons als een stelletje verzopen katten. Om half vier kwamen we bij de Haringvlietsluizen aan, waar we al werden opgeroepen door de sluiswachter, die ons zag aankomen middels onze AIS-transponder en de sluis al wilde klaar zetten. De regen was inmiddels gestopt. Ook hier wordt kennelijk de sluizen op afstand bediend, want alles verliep bijzonder traag. Na ongeveer een uur waren we als enig zeiljacht geschut en voeren we op het Haringvliet. Een half uur later kwamen we zeilend op onze fok om 17:00 uur aan in Hellevoetsluis, waar net de brug was dichtgegaan, zodat we een uur moesten wachten aan de kade. Om zes uur gingen we door de brug en konden we afmeren in een mooie box in de Marina Hellevoetsluis, waar we werden opgevangen door de havenmeester.

woensdag 29 juni 2016

Van Nieuwpoort naar Breskens en weer terug in Nederland


Gisteravond kregen we een paar stevige regenbuien over ons heen. Maar beter 's avonds en 's nachts dan overdag. Ook de wind trok midden in de nacht aan tot ZW6, zoals ook de gribfiles hadden voorspeld. Toen we om zeven uur opstonden, stond er nog steeds een stevige wind uit het zuidwesten kracht 5-6, maar gelukkig geen regen. Om half negen verlieten we de jachthaven WSKLuM. Het was nog even lastig om de haven van Nieuwpoort uit te komen, vanwege de wind en golven die er in rolden. We moesten op de motor er een tandje bijzetten om snelheid te behouden, maar daar had onze 40 PK motor geen problemen mee. Met veel buiswater kwamen we buiten op zee en konden we voor de wind op onze fok koers zetten richting Zeebrugge. We maakten met een snelheid van 6,5 knoop gemiddeld en 7 tot 8 knoop over de grond goede vorderingen. Tot ongeveer twaalf uur hadden we de stroom mee. De zon begon zelfs af en toe te schijnen. Ons doel voor vandaag was Breskens, een afstand van 37 Nm, waar we lang geleden diverse keren zijn geweest. We wilden eigenlijk naar de Roompot om te ankeren in de kom bij Neeltje Jans, maar de weersvoorspelling gaf ZW6 en daar aan lager wal liggen is geen optie. Alternatief was Michiel de Ruyter haven in Vlissingen, maar daar zou vandaag bij onze aankomst niet genoeg hoog water staan vanwege een drempel bij de ingang van de haven. Het zou pas vanavond laat hoog water zijn. Om tien uur passeerden we Oostende en om kwart over elf Blankenberge. Drie kwartier later kwamen we langs de grote havenhoofden van Zeebrugge waar we op de heenreis een dag verwaaid lagen. Er stonden rommelige hoge golven, veroorzaakt door de hoge wanden van de havenhoofden en stroom tegen wind in. Even later werd via de marifoon door de Nederlandse Kustwacht een stormwaarschuwing afgegeven van Zuid tot Zuidwest 7 in de districten Vlissingen, Hoek van Holland, IJnuiden en Texel. Wij zagen echter niet meer dan 25 knopen (dik 6 bft) op onze windmeter staan. Een Belgische "dregger", genaamd Artevelde kwam ons tegemoet. Ook was er druk vrachtverkeer op de Westerschelde. Om kwart voor vier meerden we af in de jachthaven van Breskens. Even later begon het opnieuw te regenen. We zijn weer in Nederland en het weer wordt steeds slechter. De komende dagen is er veel wind en regen voorspeld.

maandag 27 juni 2016

Van Ramsgate naar Nieuwpoort


Om half acht verlieten we de jachthaven van Ramsgate. Na het aanmelden via de marifoon voor toestemming om de buitenhaven te verlaten, moesten we even wachten van Ramsgate Port Control, omdat er net een zeiljacht binnenkwam. Vijf minuten later konden we naar buiten en hesen we het grootzeil. Vandaag zou er weinig en variabele wind zijn. Op motor en grootzeil zetten we onze koers op Nieuwpoort. In ieder geval brandden we weer wat rode diesel op. Het zou vandaag volgens de weersvoorspelling droog blijven. We begonnen ieder geval al met een flauw zonnetje. Vanwege de weinige wind besloten we om de kortste route te nemen over de zandbanken voor de Belgische kust. Sommige plekken zijn niet dieper dan twee meter, maar bij laagwater staat er altijd nog minimaal een meter erbij. De afstand is ca. 50 Nm. Om kwart voor tien kwamen we bij de "Westbound Straat" aan. Drie vrachtvaarders gingen ruim voor ons langs en de overige waren nog ver weg, zodat we ons koers konden vervolgen. Midden op Het Kanaal viel de wind helemaal weg en de zee werd spiegelglad. Radio Oostende had het in hun weerbericht over een flauwe koelte vanuit ZO tot ZW, die vanavond zou aantrekken tot een sterke bries ZW6. Na de Sandettiebank te hebben gepasseerd, begonnen we om kwart over elf aan de "Oostbound Straat". Ook hier geen druk vrachtverkeer. Om kwart voor twaalf viel plots de plotter uit en begon de stuurautomaat te piepen, zodat we toch nog een "Trexit" meemaakten. Gelukkig startte de plotter daarna weer op en kon de stuurautomaat de opgegeven “track” van de plotter weer volgen. Om één uur passeerden we de Franse cardinale ton, Bergues Sud, waarachter de zandbanken begonnen. We hebben minimaal vier meter diepte gepeild op onze dieptemeter. Met veel wind niet aan te raden om er over heen te varen. Even na half vier kwamen we bij het havenhoofd van Nieuwpoort aan., waar we in de aanloop naar de jachthavens langs een groot reuzenrad voeren. Om vier uur meerden we af in een mooie box van de Watersportvereniging van de Koninklijke Luchtmacht, de “WSKlum”.

Wandeling naar Cliffsend


Om acht uur vanochtend stonden we op en hoorden we de regen weer op het dek kletteren. Na een douche en ontbijt bleek het niet meer te regenen. Tegen twaalf uur gingen we naar de havenmeester om nog een dag te betalen en daarna begonnen we aan een wandeling langs de westkust van Ramsgate. De vorige keer in 2003 hadden we de oostelijke kant bekeken en daarvoor de plaats zelf. We liepen langs een boulevard met veel bankjes en mooi uitzicht op de zee. Het was eb aan het worden en een groot gedeelte in de Pegwell Bay lag al droog. Het was drukkend weer. Er stond nauwelijks wind en af en toe scheen de zon. We hadden last van vele kleine vliegjes. Zelfs een Engelsman sprak ons aan over de last hiervan. Het leek wel of we op een warme zomerdag op onze boot op het Markermeer zaten, waar dat ook zomaar ineens explosief kan ontstaan. We wandelden langs een apart gebouw, dat het Pegwell Bay Hotel bleek te zijn. Uiteindelijk kwamen we in de plaats Cliffsend terecht, waar de krijtrotsen ineens ophouden. Na hier even te hebben uitgerust met mooi zicht op de drooggevallen Pegwell Bay, liepen we weer terug naar Ramsgate. Onderweg kwamen we langs de St Augustine’s Church uit 1860, die we van binnen even bekeken. We werden direct getrakteerd op een historische toelichting van een vriendelijke Engelsman, die kennelijk verwantschap had met deze kerk. De kerk was ontworpen door Augustus Pugin, een jonge architect van die tijd. De stenen van de buitenmuur bestond uit gemetselde gespleten vuurstenen, wat een apart effect gaf. Daarna was het weer tijd voor de nodige boodschappen en keerden we terug naar onze boot. Na onze boot te hebben afgespoeld en de watertanks weer te hebben bijgevuld was het tijd voor een lekker wijntje om even bij bij komen van deze dag. Morgen gaan we naar Nieuwpoort. Er schijnt volgens de gribfiles nog slechter weer aan te komen met veel wind en regen.

zondag 26 juni 2016

Van Eastbourne naar Ramsgate


Vanochtend stonden we om kwart over zes weer vroeg op. Vandaag zouden we naar Ramsgate gaan, een afstand van ca. 60 Nm. Na het ontbijt vertrokken we om kwart over zeven naar de sluis. Een half uur later zeilden we richting de landtong Dungeness, gekenmerkt door een grote kerncentrale. Het was zondag en dat kwam goed uit. Er wordt dan niet geschoten in het militair oefengebied nabij Dungeness, zodat we dit keer er dwars doorheen konden zeilen, zonder een omweg te hoeven maken. Het was licht bewolkt en de wind ZW4-5 en ruim tot achter. We hadden 1,5 knoop stroom tegen, zodat we ondanks de 7 knopen over het water maar 5,5 knoop over de grond voortgang maakten. Vanaf negen uur begon de zon af en toe te schijnen en om half tien passeerden we Hastings, bekend van de slag bij Hastings. Om kwart over elf na de weather forecast van Dover Coast Guard op de marifoon hoorden we dat de militaire zone bij Dungeness deze zondag toch actief was. We deden maar of we het niet gehoord hadden en zeilden er dwars doorheen. We zagen geen controlebootjes, noch dat we schoten hoorden en werden opgeroepen. Dat scheelde alweer een paar mijl omvaren. Om een uur passeerden we de landtong Dungeness. De wind nam toe tot 6 bft en kwamen we in nogal een knobbelige zee terecht met golven van een paar meter.  Met forse wind achter zwabberden we met hoge snelheid door de golven en werden we soms een paar meter opgetild. Nadat we de wasmachine bij Dungeness hadden gepasseerd werd de zee weer kalmer. Om vier uur kwamen we langs Dover en inmiddels was de stroom mee gaan lopen. Ook bij Dover stond er een hoge zeegang, die vaak veroorzaakt wordt door de betonnen havenpieren en vele veerboten, die in en uitvaren. Bij de oost-ingang kwam er zowel een veerboot aan als uit, maar als je als zeilboot koers houdt, dan wijken ze voor je uit. Na de punt North Foreland te hebben gerond, zeilden we met de forse stroom mee negen tot tien knopen over de grond naar Ramsgate, waar we om zes uur aankwamen. Na ons netjes aangemeld te hebben bij Ramsgate Port Control via de marifoon op kanaal 14, meerden we tegenover de Border Force af in een mooie box naast een Belgisch en aan de andere kant een Nederlands zeiljacht. Morgen blijven we een dag in Ramsgate. We zijn hier vroeger in de 90-tiger jaren met onze kinderen tweemaal geweest, toen we ook een keer Londen in het St. Kattharine Docks aandeden. Ons laatste bezoek was in 2003, toen we de Engelse rivieren aan de oostkust bezochten. We zijn benieuwd wat er allemaal veranderd is in Ramsgate en volgens de havenmeester is dat een heleboel.

zaterdag 25 juni 2016

Wandeling Beachy Head en Birling Gap


Vandaag was het opnieuw zonnig. We besloten om een dag in Eastbourne te blijven en Beachy Head en Birling Gap te bezoeken. Op Beachy Head waren we al twee keer geweest. Eén keer in de mist. Bovenop de hoge krijtrots Beachy Head zaten we toen echter boven de wolken in de zon. Dat was een aparte ervaring. We vertrokken om half tien uit de Sovereign Harbour en namen de bus naar de pier van Eastbourne, waar we na nog even de pier te zijn opgelopen, overstapten op een Sightseeing bus, een hop-on-hop-off dubbeldekbus, die langs diverse bezienswaardigheden, waaronder Beachy Head en Birling Gap, een route had. Bovenin de bus hadden we mooi uitzicht maar was wel geheel open, zodat we af en toe bijna wegwaaiden. Om kwart over elf kwamen we op Beachy Head aan, waar we een mooi uitzicht hadden op de steile kliffen, de Seven Sisters en de fraai rood-witte vuurtoren beneden, waar we zo vaak zijn langs gezeild. Beachy Head is met een hoogte van 162 meter de hoogste krijtrots van Engeland. De naam Beachy Head komt van het woord “Beauchef”, voor het eerst gedocumenteerd in 1274 en werd in 1724 officieel Beachy Head. Het krijt van de rotsen werd gevormd tussen de 65 en 100 miljoen jaar geleden. Het land waar de rotsen nu staan lag toen nog onder water en is in latere jaren naar boven geduwd. Na afloop van de laatste ijstijd steeg het zeeniveau, en ontstond Het Kanaal. Tijdens de formatie van het kanaal werden er stukken uit de kalkrotsen geslagen, en ontstonden er kliffen. We wandelden van Beachy Head naar nog een oude niet meer functionerende vuurtoren, genaamd Belle Tout, in 1831 gebouwd en in 1834 in gebruik genomen. Vanwege erosie van de klippen werd in maart 1999 de Belle Tout vuurtoren 15 meter landinwaarts verhuisd. Omdat mist en laaghangende bewolking vaak het licht van deze vuurtoren belemmerde, werd een tweede vuurtoren gebouwd in de zee net voor Beachy Head. Deze rood-witte vuurtoren, is 43 meter hoog en werd in oktober 1902 in gebruik genomen. De toren werd gedurende 80 jaar bemand door drie vuurtorenwachters. In 1983 werd het licht in de vuurtoren geautomatiseerd. Daarna gingen we met de bus verder naar Birling Gap. Birling Gap bevindt zich aan de kust in het graafschap East Sussex. Het ligt tussen de Seven Sisters in het Westen en de hoogste krijtrots Beachy Head in het Oosten en is nu onderdeel van de National Trust. Als gevolg van de geleidelijke erosie van de krijtrotsen van de zee zijn de loop der tijd al enkele vissershuisjes, die werden gebouwd in de late 19e eeuw, verdwenen. De rest zijn gedeeltelijk en onbewoonbaar verklaard. We liepen via een metalen trap naar beneden tot aan het kiezelstrand, waar we een mooi uitzicht hadden op de krijtrotsen van de Seven Sisters tot Beachy Head. Nadien bezochten we een bezoekerscentrum met informatie over de gevolgen van alle erosie. Elk jaar levert Birling Gap 0,7 meter krijtrots in door de onverbiddelijke erosie en resterende huizen zullen in de komende decennia in de zee verdwijnen. De hoop van de weinige overgebleven bewoners over staatssteun voor de redding van hun verblijf lijkt tevergeefs. Zowel de overheid als de National Trust verwerpen maatregelen van welke aard dan ook op grond van het feit dat men gekozen heeft om de natuur zijn eigen gang te laten gaan. De situatie wordt nog verergerd door de zeespiegelstijging in verband met de wereldwijde klimaatverandering. Na al deze informatie en indrukken stapten we weer op de bus naar de Eastbourne pier en wandelden we de laatste 5 km terug naar de Sovereign Harbour, waar onze boot lag.